UTP tang gebruiksaanwijzing

Gebruiksaanwijzing

Geupdate op:

u
utp tang gebruiksaanwijzing
Laatst bijgewerkt: 6 april 2026

Een UTP-tang gebruik je om een RJ45-connector vast te zetten op het uiteinde van een netwerkkabel. Je strip de buitenmantel, rangschikt de acht geleiders in de T568B-kleurvolgorde, knipt ze op gelijke lengte en kromt de connector dicht met de tang. Rondom dit gereedschap bestaan veel misverstanden die beginners op de verkeerde voet zetten of leiden tot onnodige aankopen en slechte verbindingen.

Wat doet een UTP-tang en wanneer gebruik je die?

Stap 1 van 3: welke handleiding zoek je? (je kunt hier starten)

📍 Stap 1 van 3: kies het type handleiding

Welk type handleiding zoek je?


Vul dit formulier in en we helpen je direct verder. Binnen 1 minuut geregeld.

We gebruiken je keuze om je direct naar de juiste uitleg of handleiding te leiden. Geen moeite, direct duidelijkheid.

Een UTP-tang, in de handel ook krimptang, crimptang of netwerktang genannt, heeft drie functies in één behuizing: knippen, strippen en krimpen. Het knipgedeelte zit aan de voorkant en snijdt de kabel haaks af op de gewenste lengte. Het stripgedeelte heeft een maatgleuf waarmee je de buitenmantel weghaalt zonder de binnengeleiders te beschadigen. Het krimpgedeelte is het hart van de tang: daarin duw je de connector in, en bij het dichtdrukken drukken de metalen pinnen van de connector door de isolatie van de geleiders heen zodat er elektrisch contact ontstaat.

Je pakt een UTP-tang als je een losse netwerkkabel wilt voorzien van een RJ45-stekker, een beschadigde connector wilt vervangen of een patchkabel op maat wilt maken. Vaste installaties in muren of patchpanelen vraag je een punchdown-tool voor (een apart gereedschap), maar voor losse kabels is de UTP-tang het juiste middel.

De meest verkochte modellen in Nederland zijn zogenoemde combitangs: ze werken voor RJ45 (8-polig, voor netwerkkabels) maar ook voor RJ11 en RJ12 (6-polig, voor telefoon- of POS-systemen). Duurdere modellen van merken als Knipex, Rennsteig of Paladin bieden strakker toleranties in het krimpgedeelte, een ergonomisch handvat en gaan jarenlang mee. Een goedkoop model van minder dan 10 euro volstaat voor incidenteel gebruik thuis.

Schaf naast de tang direct een eenvoudige kabeltester aan. Die kost een paar euro en laat met LED’s zien of alle acht geleiders correct verbonden zijn. Zonder tester kost het opsporen van een slechte crimp onnodig veel tijd.

Mythe 1: Klopt het dat je altijd een aparte striptang nodig hebt?

Klopt niet. Dit is het meest gehoorde misverstand bij beginners. Veel mensen kopen naast een UTP-tang ook een losse kabelstripper, terwijl vrijwel elke combitang al een ingebouwde stripfunctie heeft. Die functie werkt als volgt: je steekt de kabel in de daarvoor bestemde gleuf aan de zijkant van de tang, draait de tang een of twee slagen rondom de kabel en trekt daarna de mantel eraf. De meeste tangs strippen automatisch op een diepte van zes tot acht millimeter, wat precies genoeg is om de buitenmantel weg te halen zonder de binnengeleiders aan te raken.

De stripper is doorgaans gesplitst in twee gleuven: een kleinere voor RJ11- en RJ12-connectoren (6P) en een grotere voor RJ45 (8P). Let er op dat je de kabel in de juiste gleuf steekt, anders snijdt de tang te diep of helemaal niet.

Er is een uitzondering. Bij afgeschermde kabel (STP of FTP) zit er naast de buitenmantel ook een aluminiumfolie rondom de aderparen. De ingebouwde stripfunctie is ontworpen voor onafgeschermde UTP-kabel. Bij STP-kabel is de kans groter dat je de folie beschadigt. In dat geval strippen met een stanleymes of een ronde ringstripper net zo goed werkt. Maar ook dan heb je geen speciaal stripgereedschap nodig: een scherp mes doet uitstekend dienst.

Bewaar je geld dus. Een aparte striptang is voor UTP-werk overbodig. Wat je wél apart nodig hebt, is een kabeltester. Die doet de tang niet voor je.

Mythe 2: Klopt het dat goedkope UTP-tangs even goed werken als professionele modellen?

Klopt gedeeltelijk niet. Voor iemand die éénmalig een patchkabeltje maakt, is een goedkoop model prima. Maar voor consistent betrouwbare resultaten zijn de verschillen groter dan ze lijken.

Het probleem met goedkope tangs zit in de toleranties van het krimpgedeelte. Als het matrijsdeel te veel speling heeft, drukken de metalen pinnen van de RJ45-connector de geleiders niet diep genoeg in. De pinnen maken dan geen betrouwbaar contact met de koperader, wat leidt tot een intermitterende verbinding of helemaal geen verbinding. Lastig is dat de connector er van buiten prima uitziet. Je ziet het probleem pas als je de kabel test of als de verbinding na een tijdje wegvalt.

Professionele tangs (merken als Knipex, Rennsteig of Paladin, prijsklasse 30 tot 80 euro) hebben een hardstalen matrijs met strakke toleranties en gaan vele jaren mee. Een goedkope tang van zacht staal vervormt na verloop van tijd, waardoor de krimpkwaliteit geleidelijk verslechtert zonder dat je het door hebt.

Let bij aankoop ook op of de tang pass-through-connectoren ondersteunt. Bij pass-through-connectoren (ook wel EZ-crimp-connectoren) steken de geleiders helemaal door de stekker heen voordat je ze afknipt. Dat maakt het plaatsen van de aders aanzienlijk eenvoudiger, zeker als je voor het eerst crimpt. Niet elke tang ondersteunt dit formaat: de matrijs moet iets dieper zijn om de uitstekende aders af te knippen tegelijk met het krimpen.

Mythe 3: Klopt het dat T568A en T568B willekeurig door elkaar gebruikt kunnen worden?

Klopt niet. T568A en T568B zijn twee internationale standaarden voor de kleurvolgorde van de acht geleiders in een RJ45-connector. Beide standaarden werken technisch even goed en geven dezelfde netwerkprestaties. Maar je mag ze niet door elkaar gebruiken binnen één doorlopende kabelverbinding.

Het verschil zit in de positie van het oranje en het groene aderpaar. Bij T568B (de meest gebruikte standaard in Nederland en België) zit het oranje paar op pin 1 en 2, en het groene paar op pin 3 en 6. Bij T568A is dat precies andersom. Als je aan het ene uiteinde T568A aanlegt en aan het andere T568B, maak je geen gewone straight-through kabel maar een crossover-kabel. Dat zorgt in de meeste moderne netwerken voor verbindingsproblemen.

De regel is eenvoudig: gebruik aan beide uiteinden van dezelfde kabel altijd dezelfde standaard. Kies voor T568B, tenzij de bestaande installatie aantoonbaar op T568A loopt. Zie de tabel hieronder voor de exacte volgorde per pin.

Kleurvolgorde T568A en T568B per pin
Pin T568A T568B (standaard in Nederland)
1 Wit-groen Wit-oranje
2 Groen Oranje
3 Wit-oranje Wit-groen
4 Blauw Blauw
5 Wit-blauw Wit-blauw
6 Oranje Groen
7 Wit-bruin Wit-bruin
8 Bruin Bruin

Houd de tabel bij de hand wanneer je crimpt. Een vergissing in de volgorde van één aderpaar is de meest voorkomende oorzaak van een kabel die niet werkt, ook als de crimp zelf perfect is uitgevoerd.

Mythe 4: Klopt het dat crossover-kabels inmiddels verouderd zijn?

Grotendeels waar. Crossover-kabels werden vroeger gebruikt om twee computers of twee switches rechtstreeks met elkaar te verbinden zonder router of switch ertussen. Daarvoor moesten de zendpins van het ene apparaat verbonden zijn met de ontvangstpins van het andere. Een crossover-kabel regelt dat door de oranje en groene aderparen te verwisselen: één uiteinde volgt T568A, het andere T568B.

Tegenwoordig beschikt vrijwel elk netwerkapparaat (laptops, desktops, routers, switches, IP-camera’s) over een functie die Auto-MDI/MDIX heet. Dat staat voor Automatic Medium-Dependent Interface Crossover. Het apparaat detecteert welk type kabel is aangesloten en past zijn interne pinout automatisch aan. Met andere woorden: je kunt overal een gewone straight-through kabel gebruiken, en het apparaat lost het zelf op.

Uitzonderingen blijven bestaan. Oudere apparaten uit de periode voor 2005 ondersteunen Auto-MDI/MDIX vaak niet. Sommige industriële of gespecialiseerde netwerkapparaten ook niet. Als je een oud apparaat aansluit en er is geen verbinding terwijl de kabel in orde lijkt, probeer dan een crossover-kabel. Maar voor alles wat na 2010 is gemaakt, heb je er nagenoeg nooit een nodig.

Als je met de UTP-tang toch een crossover-kabel wilt maken, is dat technisch geen probleem. Gebruik aan één uiteinde T568A en aan het andere T568B. Label die kabel daarna duidelijk, want een crossover ziet er van buiten identiek uit aan een gewone patchkabel. Wie hem later per ongeluk als straight-through gebruikt, zoekt lang naar het probleem.

Mythe 5: Klopt het dat CAT5e-connectoren ook geschikt zijn voor CAT6-kabel?

Klopt niet. Dit misverstand veroorzaakt veel frustratie op forums en helpdesks. CAT6-kabel heeft in de meeste uitvoeringen dikkere geleiders (23 AWG tegenover 24 AWG bij CAT5e) en bevat een centraal kunststof kruisje (het separator of spline) dat de vier aderparen van elkaar scheidt. CAT5e-connectoren zijn hier niet op berekend.

In de praktijk stuit je op twee problemen als je een CAT5e-connector op CAT6-kabel probeert te plaatsen. Ten eerste passen de dikkere geleiders moeilijk of helemaal niet door de kanaaltjes van de connector. Ten tweede blokkeert de separator het inbrengen van de aders. In het gunstigste geval lukt het forceren, maar dan presteren de metalen pinnen slechter: ze doorboren de isolatie niet volledig en de verbinding is onstabiel of intermitterend.

Gebruik bij CAT6-kabel altijd CAT6-connectoren. Die hebben bredere kanaaltjes (gaatjesdiameter 1,1 of 1,2 mm, afhankelijk van het model), houden rekening met de dikkere kabeldoorsnede en zijn ontworpen om de NEXT-waarde (Near-End Cross Talk) laag te houden bij Gigabit-verbindingen.

Het omgekeerde gaat wél: een CAT6-connector op een CAT5e-kabel werkt prima. Je benut dan niet het volledige prestatieniveau van de connector, maar de verbinding functioneert zonder problemen. Twijfel je over de categorie van je kabel? Koop CAT6-connectoren: ze werken op zowel CAT5e als CAT6.

Voor CAT6a- en CAT7-kabel gelden vergelijkbare regels. Werkt je installatie met afgeschermde kabel (STP/FTP), dan heb je ook afgeschermde connectoren nodig. Onafgeschermde connectoren op afgeschermde kabel beëindigen de afscherming precies op het punt waar die het hardst nodig is.

Mythe 6: Klopt het dat je de aderparen volledig moet ontvlechten bij het crimpen?

Klopt niet. Aderparen in een UTP-kabel zijn gevlochten om elkaar wederzijds te compenseren tegen elektromagnetische storingen (crosstalk). Hoe meer je die vlechting verwijdert, hoe groter de interferentie. Dat heeft direct invloed op de prestaties, zeker bij CAT6 op Gigabit-snelheid en hoger.

De correcte werkwijze: strip circa 2,5 tot 3 centimeter van de buitenmantel, maak de aderparen los van elkaar over precies die afstand en draai ze recht. Knip ze daarna af op circa 1,2 tot 1,5 centimeter. Meer ontvlechten is niet nodig en ook niet gewenst. Houd de vlechting intact tot vrijwel op het punt van de connector.

Een veelgemaakte fout is om de aders over de volledige gestrippte lengte helemaal recht te buigen en uit te rekken. Dat is onnodig en vergroot het gedeelte zonder vlechting. Voor eenvoudig thuisgebruik op CAT5e bij 100 Mbit/s merk je daar in de praktijk weinig van. Bij CAT6 op 1000 Mbit/s of 2,5 Gbit/s telt elke millimeter losse vlechting mee voor de signaalkwaliteit.

Vind je het lastig om acht geleiders in de juiste volgorde in de connector te schuiven? Gebruik dan een load bar (kabelinvoer-hulpstuk). Sommige CAT6-connectoren worden met zo’n hulpstukje geleverd. Je steekt alle acht aders eerst in de load bar in de juiste volgorde, daarna duw je de load bar met kabel in één beweging in de connector. Dat is een stuk eenvoudiger dan acht losse aders tegelijk in volgorde houden.

Mythe 7: Klopt het dat een UTP-tang ook voor telefoonkabels geschikt is?

Grotendeels waar. De meeste combitangs die als UTP-tang worden verkocht, ondersteunen naast RJ45 (8P8C) ook RJ11 (6P2C) en RJ12 (6P6C). RJ11 ken je van analoge telefoonaansluitingen en het ADSL-tijdperk. RJ12 kom je tegen in bedrijfstelefonie en kassasystemen. De tang heeft voor elk formaat een eigen gleuf.

Let op het onderscheid tussen kabeltype en connectortype. Een UTP-tang plaatst prima een RJ11-connector op een losse telefoonkabel. Maar UTP-datakabel zelf gebruik je niet als vervanging voor traditioneel telefoonkabel in vaste installaties: de specificaties zijn anders. De tang is het gereedschap voor de connector; het kabeltype kies je op basis van de toepassing.

Bij telefoonkabels voor analoge lijnen gebruik je doorgaans maar twee geleiders: de middelste twee contacten van een RJ11-connector. De overige vier contacten blijven leeg. Bij een 4-aderige draad gebruik je de middelste vier contacten. De kleurvolgorde bij telefoniekabels is niet universeel gestandaardiseerd zoals bij Ethernet: raadpleeg de handleiding van het apparaat dat je aansluit als je twijfelt.

Een goede crimp is ook bij telefooninstallaties van belang. Een slecht bekrampt connector geeft ruis op de lijn of valt periodiek weg. Bij netwerkcamera’s die via PoE (Power over Ethernet) worden gevoed, is dat nog kritischer. Als je een IP-camera aansluit via een zelfgemaakte kabel, zorgt een slechte crimp voor extra weerstand die de beeldoverdracht of zelfs de voeding van de camera kan verstoren.

Mythe 8: Klopt het dat je zonder kabeltester kunt controleren of de kabel goed is?

Technisch kan het, maar het is sterk af te raden. Je kunt een kabel insteken in twee apparaten en kijken of er verbinding tot stand komt. Dat zegt echter niets over of alle acht geleiders goed contact maken. Het Ethernet-protocol valt bij problemen terug: een kabel met slechts zes of vier goed werkende geleiders maakt nog steeds verbinding op 10 of 100 Mbit/s. Je merkt dat pas als je Gigabit wilt gebruiken, want daarvoor zijn alle acht geleiders nodig.

Stel je legt een kabel netjes weg in een kabelgoot of sleuf, en drie maanden later blijkt de verbinding niet verder te gaan dan 100 Mbit/s. Dan moet je alles terugleggen, de connector eraf knippen en opnieuw crimpen. Een kabeltester van een paar euro had dit in vijf seconden na het crimpen al aangewezen.

Een eenvoudige doorkomtester heeft twee modules. Je sluit één module aan het ene uiteinde van de kabel en de andere module aan het andere uiteinde. Vervolgens lichten acht LED’s in volgorde op: pin 1 op module A moet corresponderen met pin 1 op module B. Wijkt de volgorde af, dan is er iets misgegaan met de kleurvolgorde. Licht een LED helemaal niet op, dan maakt die geleider geen contact.

Professionele testers van merken als Fluke Networks meten ook kabellengte, valideren de kabelcategorie en bepalen de NEXT-waarde. Voor thuisinstallaties is een eenvoudige doorkomtester (5 tot 15 euro) meer dan voldoende. Heb je thuis ook andere elektronische apparatuur die via een netwerkkabel werkt, zoals een MT Logic-apparaat op een vaste verbinding, dan is testen van de bekabeling altijd de eerste stap bij probleemoplossing.

Stap voor stap: zo gebruik je een UTP-tang correct

Nu de misverstanden zijn opgehelderd, hier de correcte werkwijze van begin tot eind. Volg de stappen in volgorde voor een betrouwbaar resultaat.

  1. Knip de kabel op lengte. Gebruik het knipgedeelte van de tang om de kabel haaks af te knippen op de gewenste lengte. Een schuine snede maakt het inbrengen van de aders in de connector lastiger.
  2. Strip de buitenmantel. Steek de kabel in de stripgleuf (8P-opening voor UTP-kabel). Draai de tang een volledige slag rondom de kabel en trek de mantel eraf. Verwijder circa 2,5 tot 3 centimeter.
  3. Maak de aderparen los van elkaar. Scheid de vier gevlochten paren van elkaar over de gestrippte lengte. Ontvlecht ze niet verder dan de strook zonder mantel.
  4. Sorteer de geleiders in kleurvolgorde. Rangschik de acht aders in T568B-volgorde (wit-oranje, oranje, wit-groen, blauw, wit-blauw, groen, wit-bruin, bruin). Hou ze strak naast elkaar met een lichte buiging naar voren.
  5. Knip de geleiders op gelijke lengte. Knip alle acht aders tegelijk recht af op circa 1,2 tot 1,5 centimeter voorbij de rand van de buitenmantel. Controleer dat ze even lang zijn.
  6. Schuif de geleiders in de connector. Duw de acht aders tegelijk in de RJ45-connector. Kijk door de transparante stekker heen of alle geleiders tot aan het uiteinde reiken en of de kleuren in de juiste volgorde zitten.
  7. Krimp de connector met de tang. Schuif de connector in het krimpgedeelte (8P-gleuf). Druk de tang volledig dicht tot je weerstand voelt of een klik hoort. Laat daarna los en verwijder de connector.
  8. Test de kabel direct na het crimpen. Gebruik een kabeltester om alle acht pinnen te controleren. Klopt iets niet, knip de connector eraf en begin opnieuw met een nieuwe connector.

Gebruik altijd connectoren van een betrouwbaar merk en bewaar ze in een gesloten zakje. Stof en vocht oxideren de contactpunten, wat leidt tot slechte verbindingen. Een connector kost een paar cent; bespaar daar niet op.

Welke UTP-tang past bij jouw situatie?

Niet elke tang is voor elke situatie de beste keuze. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de meest voorkomende typen en voor welk gebruik ze geschikt zijn.

Soorten UTP-tangs en hun toepassingen
Type tang Geschikt voor Voordeel Beperking
Basis combitang (<15 euro) CAT5e, RJ45, RJ11, RJ12 Goedkoop, alles in één, compact Minder precies, veroudert sneller
Pass-through tang CAT5e, CAT6, EZ-crimp connectoren Aders makkelijker in te brengen Alleen met speciale pass-through connectoren
CAT6 / CAT6a tang CAT6, CAT6a, dikkere geleiders 23 AWG Grotere matrijs voor dikke kabel Duurder, minder universeel
Professionele tang (30-80 euro) CAT5e tot CAT7, grote volumes Hoge precisie, lange levensduur Hogere prijs
Combitang met ingebouwde tester CAT5e, CAT6, doorkomtest Alles in één gereedschap Testfunctie is basisniveau
Punchdown-tool (110-type) Wandpunten, keystones, patchpanelen Ideaal voor vaste installaties Niet voor losse patchkabels

Let bij de keuze ook op ergonomie. Een comfortabel handvat maakt een groot verschil als je tientallen connectoren achter elkaar crimpt. Veel professionele tangs hebben een verend handvat met kunststof grip dat de belasting op je hand vermindert.

Voor een thuisnetwerk of kleine kantooromgeving is een combitang in de klasse van 10 tot 20 euro prima. Als je ook werkt met apparatuur die via ethernet verbinding maakt, denk aan een Samsung-thuisinstallatie of andere beeldapparatuur op een vaste netwerkaansluiting, zorg er dan voor dat je kabels goed zijn gekrimpt. Een slechte verbinding op kabelsnelheid valt bij streaming of gaming direct op.

Veelgestelde vragen

Welke kleurvolgorde gebruik ik als ik een UTP-kabel crimp?

In Nederland en België gebruik je vrijwel altijd T568B: pin 1 is wit-oranje, pin 2 oranje, pin 3 wit-groen, pin 4 blauw, pin 5 wit-blauw, pin 6 groen, pin 7 wit-bruin, pin 8 bruin. Gebruik dezelfde volgorde aan beide uiteinden van de kabel voor een gewone straight-through patchkabel. Afwijking aan één kant maakt van je kabel een crossover, wat moderne netwerkapparaten soms verwarrend vinden.

Hoeveel centimeter moet ik de buitenmantel van de kabel strippen?

Strip circa 2,5 tot 3 centimeter van de buitenmantel. Dat is precies genoeg om de geleiders te rangschikken en op maat te knippen. Knip de vrije geleiders daarna af op circa 1,2 tot 1,5 centimeter voor de rand van de mantel, zodat je de vlechting van de aderparen zo min mogelijk hoeft los te draaien. Meer strippen vergroot onnodig het risico op interferentie, zeker bij CAT6 en hogere snelheden.

Werkt mijn UTP-tang ook voor CAT6-kabel?

Dat hangt af van het model. Veel basismodellen zijn ontworpen voor de dunne geleiders van CAT5e (24 AWG). CAT6-kabel heeft dikkere geleiders (23 AWG) en een grotere buitendiameter. Controleer de specificaties van je tang op vermelding van CAT6-ondersteuning. Gebruik bovendien altijd CAT6-connectoren bij CAT6-kabel: CAT5e-connectoren hebben te nauwe kanaaltjes en geven slechte contactpunten.

Mijn netwerkkabel werkt wel, maar de verbinding is trager dan verwacht. Wat is er mis?

Hoogstwaarschijnlijk is er sprake van een gedeeltelijk slechte crimp. Als een of meer geleiders geen goed contact maken, valt Gigabit-ethernet (1000 Mbit/s) terug naar 100 Mbit/s, omdat voor Gigabit alle acht geleiders actief zijn. Gebruik een kabeltester om alle pinnen individueel te controleren. Als een pin niet doorkomt, knip de connector eraf, maak een nieuwe en kijk daarna ook of de kleurvolgorde correct is.

Kan ik een al gekrimpt RJ45-connector hergebruiken?

Nee. Eenmaal gekrimpt zijn de metalen pinnen permanent door de isolatie van de geleiders heen gedrukt. Je kunt een bekrampt connector niet onbeschadigd verwijderen. Bij een mislukte crimp knip je de connector eraf en gebruik je een nieuwe. Connectoren zijn los al voor enkele centen per stuk verkrijgbaar en bijna altijd ook als zakje van 50 of 100 stuks. Besparen op een nieuwe connector is niet de moeite waard.

Hoe controleer ik visueel of mijn crimp geslaagd is?

Kijk door de doorzichtige voorkant van de RJ45-connector: alle acht geleiders moeten tot aan het uiteinde van de connector reiken. Als een ader te kort is, raakt de metalen pin de koperader niet. Controleer ook of de buitenmantel van de kabel net binnen het achtereinde van de connector valt, zodat ook het knikpunt van de mantel wordt vastgeklemd. Een visuele controle is nuttig maar nooit een vervanging voor een echte kabeltester.

Is een UTP-tang ook geschikt om keystone-modules of wanddozen aan te sluiten?

Nee. Voor keystones, wandcontactdozen en patchpanelen gebruik je een punchdown-tool (ook wel IDC-tool of impacttool). Die drukt de geleider mechanisch in de klem van de module. Een UTP-tang is alleen geschikt voor losse RJ45-, RJ11- en RJ12-connectoren op losse kabel. Als je zowel patchkabels als wandpunten wilt afwerken, heb je beide gereedschappen nodig.

GA
Redactie Gebruiksaanwijzing.netOnze redactie schrijft duidelijke handleidingen en gebruiksaanwijzingen voor alledaagse apparaten.

Plaats een reactie